Accueil > Beginpagina > Wetgeving > Het internationale recht en de tweedeling van de geslachten
  • Het internationale recht en de tweedeling van de geslachten
    Mis en ligne le 22 février 2010 - Dernière modification le 17 août 2014

    België houdt zoals vele andere landen nog steeds vast aan de juridische fictie dat iedere mens noodzakelijk tot één en alleen tot één van twee geslachten toebehoort, mannelijk óf vrouwelijk.

    Het is belangrijk aan te stippen dat een dergelijke rigide benadering geenszins door internationale normen opgelegd wordt.

    Op wereldwijd niveau worden de normen voor het aanmaken van paspoorten voorgeschreven door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Daar is inderdaad voorzien dat in een paspoort het geslacht van de houder wordt vermeld, maar er zijn drie mogelijke aanduidingen :

    "Sex of the holder, to be specified by use of the single initial commonly used in the language of the State where the document is issued and, if translation into English, French or Spanish is necessary, followed by a dash and the capital letter F for female, M for male, or X for unspecified"

    (in een Nederlandstalig paspoort dus V-F voor vrouwelijk, M-M voor mannelijk en X-X voor onbepaald)
    bron : "document 9303"

    In de Europese Unie is er m.b.t. paspoorten de verordening nr. 2252/2004 waarin wordt verwezen naar het eerder genoemde ICAO-document (punt 2 van de bijlage) :

    Het paspoort bevat een machineleesbare pagina met persoonsgegevens die beantwoordt aan de specificaties inzake machineleesbare paspoorten in ICAO-document nr. 9303

    M.b.t. visa voorziet de visumcode van de EU (blz. 40, onder nummer 21) voor het geslacht :

    F = vrouw,
    M = man,
    < = niet aangegeven.

    Het tekentje "<" wordt in feite algemeen gebruikt, om in visumstickers vakjes zonder inhoud in te vullen.

    Tenslotte heeft de Internationale Commissie voor de Burgerlijke Stand (Commission internationale de l’état civil à CIEC) een overeenkomst uitgewerkt inzake codering van aanduidingen in documenten van de burgerlijke stand, waarin drie codes voor het geslacht voorzien zijn : "mannelijk" (code 3-4-1), "vrouwelijk" (code 3-4-2) en “onbepaald geslacht (code 3-4-3) (Naar aanleiding van de tussengekomen ratificaties is deze overeenkomst tot nog toe enkel van kracht tussen Griekenland en Turkije).

    Geen enkele van deze normen omschrijft trouwens wat "mannelijk", "vrouwelijk" of onbepaald (geslacht) "/" niet aangegeven precies betekent ; dit wordt aan de lidstaten overgelaten.

    Wat paspoorten betreft, is het niet te vermijden een vakje "geslacht" te voorzien, maar landen zoals het Verenigd Koninkrijk of Duitsland reiken aan bepaalde categorieë n transseksuelen paspoorten uit waarin een geslacht is vermeld dat niet overeenstemt met hun wettelijke geslacht volgens het familiaal recht. Het lijkt dus redelijk te stellen dat in een paspoort de vermelding van het "geslacht" de houder niet in een juridische categorie indeelt, maar evengoed deel uitmaakt van de beschrijving van de houder als de foto of de handtekening.

    Op het vlak van de burgerlijke stand is er geen enkele internationale norm die staten ertoe zou verplichten eender welk geslacht te registreren ; de voornoemde overeenkomst voorziet alleen in codering van aanduidingen die staten mogelijk zouden willen gebruiken.

    Er gaan trouwens meer en meer stemmen op die zich kanten tegen de verplichting tot één van twee wettelijke geslachten te behoren. Zo heeft in Duitsland de Bondsraad begin 2010 de bestuursinstructies voor het bijhouden van de registers van de burgerlijke stand onderzocht. De Juridische Commissie (waar de ministers van justitie van de deelstaten zetelen) heeft toen voorgesteld om niet voor te schrijven dat het geslacht van het kind in de geboorteakte met "vrouwelijk" of "mannelijk" dient aangeduid te worden (zoals de Bondsregering voorzag), maar dat dit alleen "in principe" zo is. Het is de motivering van deze voorgestelde wijziging die interessant is (blz. 8, Zu Nummer 21.4.3.) : Het ging er in feite om met "uitzonderlijke gevallen" rekening te houden, waarin het geslacht van het kind niet binnen de voor aangifte voorziene week kan worden bepaald, maar vooral ook met de gevallen waarin een persoon daadwerkelijk en een leven lang noch tot het vrouwelijk noch tot het mannelijk geslacht behoort, waardoor zo’n persoon ook niet gedwongen tot een bepaald geslacht mag worden gerekend. De commissie is zelfs zo ver gegaan te stellen dat de door de Bondsregering voorgelegde tekst "anachronistisch en discriminerend" was !

    Deze wijziging is uiteindelijk niet door het plenum van de Bondsraad goedgekeurd, maar het feit dat de ministers van justitie van een meerderheid van de Duitse bondsstaten van mening zijn dat " ook op juridisch vlak " niet iedere mens noodzakelijk ofwel vrouwelijk ofwel mannelijk is en dat het "anachronistisch en discriminerend" is dit te negeren, toont wel duidelijk aan dat die gedachte langzaam doordringt. De Duitse rechtbanken, die niet gebonden zijn door bestuursinstructies, zouden daar op een dag nog eens inspiratie uit kunnen halen en de inschrijving van een andere aanduiding dan "vrouwelijk" of "mannelijk" in een geboorteakte gelasten.


  • Prochains événements

  • Statistiques du site

    • Visites:

      0 visiteur(s) connecté(s)
      571 visiteurs par jour
      531.358 visiteurs depuis le début

    • Publication:

      690 Articles
      69 brèves
      101 Sites référencés